Klimaatbestendige criteria voor straatbomen in Brugge
20 Augustus 2026
De geplande aanplant van negen zuilvormige sierkersen bij de heraanleg van de Julius en Maurits Sabbestraat is voor Groen Brugge aanleiding om het bredere boomkeuzebeleid van de Stad onder de loep te nemen. Gemeenteraadslid Eva Vanhoorne vraagt het stadsbestuur welke criteria worden gebruikt bij de keuze van straatbomen en hoeveel gewicht klimaatadaptatie daarbij krijgt.
De aanleiding is een bericht van een bewoner van de Julius en Maurits Sabbestraat. Bij de geplande heraanleg voorziet Stad Brugge negen nieuwe bomen van het type Prunus, die op de projectpagina worden omschreven als “lentebloeier en zuilvormig”. Tegelijk geeft de Stad aan dat de nieuwe plantvakken onder meer hittestress moeten verminderen.
“Het is uiteraard goed dat er bij een heraanleg meer groen en bomen bijkomen”, zegt gemeenteraadslid Eva Vanhoorne. “Maar in een stad die steeds vaker met extreme hitte te maken krijgt, moeten we ook kijken naar welke bomen we planten. Een boom is niet alleen een esthetisch element. Kroonvolume, schaduw, verkoelend vermogen, hitte- en droogtebestendigheid en biodiversiteitswaarde zouden allemaal moeten meewegen in de keuze.”
Niet alleen bomen tellen, ook boomkronen
Groen wijst daarbij op de 3-30-300-regel, die steeds vaker als leidraad voor stedelijk groen wordt gebruikt: drie bomen zichtbaar vanuit elke woning, 30 procent boomkroonbedekking in iedere buurt en publiek toegankelijk groen op maximaal 300 meter afstand.
“Vooral die 30 procent is belangrijk”, aldus Eva. “Je kunt zeggen dat je ergens negen bomen hebt geplant, maar voor de klimaatbestendigheid van een straat maakt het natuurlijk een groot verschil hoeveel bladerdek en schaduw die bomen op volwassen leeftijd daadwerkelijk opleveren.”
Ook andere steden besteden daar expliciet aandacht aan. Zo wordt in het Antwerpse groenbeleid aangegeven dat middelgrote en grote bomen voor beschaduwing de voorkeur genieten waar voldoende ruimte beschikbaar is. Ook Stad Brugge stelt in haar eigen bomenbeleid het principe van ‘de juiste boom op de juiste plaats’ voorop.
Welk gewicht krijgt klimaatadaptatie?
Eva heeft daarom een schriftelijke vraag ingediend bij het stadsbestuur. Ze wil onder meer weten welke algemene criteria Brugge hanteert bij de keuze van straatbomen en hoe aspecten als kroonvolume, schaduwwerking, hitte- en droogtebestendigheid, biodiversiteit, beschikbare groeiruimte, onderhoud en esthetiek tegenover elkaar worden afgewogen.Daarnaast vraagt Groen of Brugge de bestaande boomkroonbedekking per wijk in kaart brengt en of de Stad rekening houdt met de 3-30-300-regel.
Voor de Julius en Maurits Sabbestraat vraagt Vanhoorne specifiek welke soort en cultivar van Prunus wordt aangeplant, hoe groot de kroon van deze bomen op volwassen leeftijd wordt en welke alternatieven werden onderzocht.
“De juiste boom op de juiste plaats, absoluut. Maar de vraag is ook wat we vandaag onder ‘juist’ verstaan. Wat ons betreft moet klimaatbestendigheid in een steeds warmer wordende stad een doorslaggevend criterium zijn bij de keuze van nieuwe straatbomen.”