Van burgervader naar burgerbompa Het Brugse stadsbestuur heeft recent besloten om de organisatie van Polé Polé Beach voor hun editie van 2012 slechts een vergunning te geven tot 02.00u ’s nachts i.p.v. 04.00u, zoals op de vorige editie het geval was. Met dit scenario voor ogen is het voor de organisatie niet langer houdbaar om het festival in Zeebrugge te laten plaatsvinden en ziet ze zich dan ook genoodzaakt om andere oorden op te zoeken. Dit is opnieuw de zoveelste ontgoocheling voor elke jonge Bruggeling die van zijn stad een bruisende en dynamische stad wenst te maken, een stad die niet alleen hoeft te teren op zijn rijke geschiedenis, maar ook vandaag nog voldoende attractief is voor zijn jonge burgers en hen de ruimte biedt om zich creatief te ontplooien. Als één van de hoofdredenen voor het inperken van de vergunning wordt overlast opgegeven. Tijdens de editie van 2011 werden namelijk op een totaal bezoekersaantal van 35.000 maar liefst 12 ‘relschoppers’ opgepakt, goed voor een alarmerende 0,03%! Dit belachelijk lage percentage wordt onmiddellijk geëxtrapoleerd naar het type bezoeker van het festival. “Op vrijdag- en zaterdagavond wordt doorgaans dancemuziek gedraaid en dat heeft weerslag op het soort bezoekers en de sfeer van het festival. De combinatie van dancemuziek, een hoog drankgebruik en vermoedelijk dito middelengebruik creëert een sfeer van overlast waar agressiviteit nooit ver weg is.” dixit burgemeester Patrick Moenaert. Wat mij hier vooral voor de borst stoot is het ‘vermoedelijk dito middelengebruik’. “De burgemeester vindt het kennelijk niet nodig om deze harde stelling te staven met cijfers of feiten. Nee, de aanwezigheid van ‘dancemuziek’ impliceert op zichzelf dat er sprake is van een hoog drank- en drugsgebruik. Het is natuurlijk een ziekte  van alle tijden, muziekgenres die gelijkgesteld worden met de muziek des duivels, een pertinent gevaar voor de jeugd!” zegt Benny Claeysier, kandidaat voor Groen in oktober. Als zelfverklaard bluesliefhebber weet de burgemeester ongetwijfeld dat de profane blues in zijn begindagen eveneens als gevaarlijk werd afgeschilderd door de conservatieve goegemeente. Idem voor jazz, rock’n’roll, rock, funk, hip hop,... Daarnaast velt de burgemeester met zijn stelling eveneens een artistiek oordeel over het festival, dat is niet alleen niet de taak van een politicus, maar hij geeft duidelijk blijk van een gebrek aan kennis ter zake. “Niet alleen is ‘dance’ immers een kleurrijk lappendeken dat een brede waaier aan stijlen omvat. Ook binnen de niche van de Afro-Latijnse en de Caraïbische muziek hebben zich de laatste jaren zoveel nieuwe  trends doorgezet, dat er vandaag een enorm verschil is tussen de son cubano van de oudjes van Buena Vista Social Club en de reggaeton van hun jonge landgenoten Gente de Zona, of de traditionele cumbia van Celso Piña en de cumbia nueva van Bomba Estéreo. En dan zwijgen we nog over de oneindige kruisbestuivingen met andere genres.” zo vervolgt Benny Claeysier. “Een organisatie als Polé Polé speelt handig in op dergelijke nieuwe trends en kruisbestuivingen om ook een jonger publiek aan te trekken voor hun profiel. Dat hier commerciële belangen bij meespelen, staat buiten kijf. Het festival moet in de eerste plaats rendabel zijn. Maar in zijn geschiedenis heeft de organisatie getoond een gulden middenweg te hebben gevonden tussen enerzijds het traditionele luik en de eerder vernoemde nieuwe en ‘hippe’ genres.” Als resultaat krijgen we zowel letterlijk als figuurlijk een kleurrijk festival, waar het voor zowel jongeren als ouderen aangenaam toeven is. Een feestelijke ontmoeting over de generatiegrenzen heen, die we helaas veel te weinig zien op andere festivals en eigen is aan de niche van de “wereldmuziek” waarbinnen Polé Polé zich profileert. “Vanuit een waaier aan vooroordelen lijkt de negatieve visie ten aanzien van jongeren of hedendaagse cultuuruitingen op voorhand al vast te staan bij ons conservatieve stadsbestuur. Dat staat haaks op het open imago dat een stad als de onze nodig heeft om jongeren zich welkom te doen voelen in Brugge. De maatregel gaat ook lijnrecht in tegen de veelzijdigheid die een stad nodig heeft om creativiteit te stimuleren,” aldus Sammy Roelant, “onze stad lijdt nu al erg onder het verdwijnen van jongeren, zelfs zonder dat onze burgeropa zich gedraagt als de burgemeester van een stadje in de Bible Belt. Wij moeten dringend deze tendens keren. Brugge moet een open jonge stad worden als ze verder een toekomst wil hebben.” Benny Claeysier, Groen-kandidaat en organisator bij Kunstencentrum De Werf en uitvoerend producent bij het huislabel W.E.R.F.. Actief in de raad van bestuur van het Gentse bookingskantoor/label voor wereldmuziek Zephyrus. Sammy Roelant, voorzitter en lijsttrekker Groen Brugge
Onredelijkheid en nattevingerwerk troef met alcoholverbod Na een reeks geweldplegingen in de Kuipersstraat besloot het stadsbestuur, op aansturen van burgemeester Moenaert, om van donderdagavond tot zondagnacht een drankverbod in te voeren in een reeks straten in het Brugse centrum. Nu het verbod niet het verhoopte resultaat met zich meebracht, zal de burgemeester er nog eens over nadenken. Eerst handelen en dan denken dus. Het was enige tijd geleden al duidelijk, in een eerdere reactie enkele maanden geleden stelde Moenaert dat hij bij aanslepend geweld de hele Kuipersstraat zou sluiten. Uiteindelijk werd het een drankverbod voor een groot stuk van de binnenstad. Als de maatregel één ding duidelijk maakt is het dit: de burgemeester is kwaad. Het is ook het enige wat deze maatregel duidelijk maakt. In plaats van als een kwade oude schoolmeester over de speelplaats te bulderen had de burgemeester beter eerst nagedacht, (écht) overleg gepleegd en gezocht naar een onderbouwd beleid. Want dat het zover is moeten komen toont vooral het failliet van het Brugse uitgangsbeleid. "Als ex-cafébaas weet ik uit ondervinding dat het uitgaansgeweld grotendeels gepleegd wordt door een begrensde groep," aldus Groen-voorzitter Sammy Roelant. "Dit geweld is minder vaak alcoholgerelateerd dan wordt aangenomen. In sommige subculturen leidt machogedrag en het vaak bijbehorende agressieve gedrag tot meer aanzien. Men drinkt dus niet meteen om beter te kunnen vechten bijvoorbeeld. In andere gevallen is de geweldpleging gekoppeld aan intimidatie of aan kleine criminaliteit. Het uitgaansleven en de cafés zijn meestal in de eerste plaats slachtoffers van dergelijke geweldcultuur." De groep veelplegers is bekend in de nachtelijke horeca en ook vaak bij de politie. Ondertussen heeft dit drankverbod niet het gewenste effect, zoals dit weekend bleek. Als men het probleem wil oplossen, is er dus een veelzijdige totaalaanpak op maat nodig. Die moet een aantal zaken bevatten. De nachtelijke politie-interventieteams in de uitgaansperiodes zijn best zoveel mogelijk dezelfde. Zo krijg je mensen die ervaren zijn om om te gaan met die situaties die zich typisch voordoen in het nachtleven en kennen ze alle sleutelspelers, zoals uitbaters en horecapersoneel, en weten ze wie de veelplegers zijn en wat de risico's zijn. Ook een aangepaste opleiding hiervoor zou zeker geen kwaad kunnen. Het grote probleem echter ligt in de bestraffing van geweldplegers. Justitie tilt vaak niet zwaar genoeg aan aggressiefeiten en vaak komen vechtpartijen niet voor de rechtbank en zijn er dus geen juridische gevolgen. Velen durven ook geen klacht indienen, noch de slachtoffers noch de cafébazen. Enerzijds uit angst, anderzijds uit gelatenheid omdat ze weten dat er weinig gevolg aan gegeven wordt. "Het zou een goed signaal zijn als de burgemeester spreekt met de procureur en zo een duidelijk signaal geeft aan justitie dat geweld streng en consequent moet worden bestraft, en dat binnen een redelijke termijn." Het voorstel van Moenaert echter om geweldplegers straatverbod te geven, lijkt geen lang leven beschoren. Steden die de burgemeester hiertoe bevoegdheid gaven werden keer op keer teruggefloten door de Raad van State. Het lijkt ons ook de bevoegdheid van justitie om te bestraffen, en niet aan de burgemeester om te proberen de scheiding der machten te negeren. Een derde deel van de oplossing moet liggen in de samenwerking met de nachtelijke horeca. Het Brugse stadsbestuur moet eindelijk inzien dat uitgaan een positief element van het stadsleven is, een element dat de leefbaarheid voor veel van de inwoners, zowel jong als oud vergroot. Er moet dringend een algemene visie komen hoe het nachtleven haar legitieme plaats in de stad kan krijgen en hoe er gezorgd kan worden voor een positief uitgaansklimaat. De cafés zijn hierbij een belangrijke partner en moeten net aangespoord worden om samen een zo aantrekkelijk mogelijk klimaat te creëren om uit te gaan. Tegelijk moet dit door het stadsbestuur positief gestimuleerd worden. De cijfers tonen al een decennium lang aan dat de sector het financieel moeilijk heeft en dat er vanuit het beleid weinig liefde verloren is gegaan aan het caféleven. Als men wil dat de sector haar verantwoordelijkheid neemt, zal men ook moeten zoeken hoe men haar economisch leefbaarder kan maken. "Maar de eerste les voor ons stadsbestuur blijft: 'Bezint eer ge begint!' Overleg met de betrokken partijen, verzamel zoveel mogelijk kennis, zoek wetenschappelijke gegevens en handel dan. Want schieten uit de heup heeft nog nooit iets opgelost. Daarom kant Groen Brugge zich fel tegen een onredelijke maatregel als het alcoholverbod, die bovendien weinig zoden aan de dijk brengt," zo besluit Sammy Roelant.
Studies verbreding Schipdonkkanaal: bezwaren niet weerlegd De eerste summiere presentatie van de ecohydrologische en waterbalansstudie leidt tot bijna euforische reacties in Zeebrugse havenkringen. Het illustreert vooral hoeveel opdoffers de verbreding van het Schipdonkkanaal te verwerken kreeg in de voorbije jaren en vooral hoeveel bezwaren er nog overblijven. Vlaams volksvertegenwoordiger Filip Watteeuw: "Op bezwaren zoals de immens hoge kostprijs, de zware aanslag op de landbouw en op het historische landschap en de vele hinderaspecten is er nog steeds geen afdoend antwoord. De verbreding van het Schipdonkkanaal blijft een waanzinnig project." Bovendien hebben beide studies de toets van de bevraging helemaal niet doorstaan. Vreemd genoeg werden de studies gepresenteerd voor de parlementsleden deze studies mochten inkijken. Daardoor ontstaat een bedrieglijk positief beeld over deze studies. Uit de beperkte gegevens die de parlementsleden tijdens de presentatie kregen is wel al duidelijk dat met een aantal gegevens geen rekening is gehouden. Daarom blijft het onwaarschijnlijk dat er voldoende water zou zijn om alle kanalen te voeden. “Hoe denkt men het ooit bij de bevolking te verkopen,” zo vraagt Sammy Roelant, voorzitter Groen Brugge, zich af, “dat in de droge periode zoet water moet bijgepompt worden in het kanaal, zoals de experts stellen, terwijl ondertussen aan de bevolking wordt gevraagd hun gazon niet te sproeien of de auto niet te wassen? Dat er geen watertekort zou zijn, is dus wel een heel rekbare interpretatie van de feiten.” De waterbalansstudie houdt zelfs geen rekening met de nieuwe grotere zeesluis in Terneuzen. De nieuwe sluis zal een veel grotere capaciteit hebben wat betekent dat er een grotere aanvoer moet zijn van zoetwater op het kanaal Gent-Terneuzen, om verregaande verzilting tegen te gaan. Dat volume zoetwater is er niet. Wel integendeel. Het studiebureau gaat ook nogal luchtig heen over de watertekorten die zich nu al voordoen op het kanaal Gent-Terneuzen. De 13 kubieke meter water per seconde die Vlaanderen moet garanderen aan Nederland halen we nu al niet altijd. In de presentatie zelf werd nochtans al duidelijk aangegeven dat er nu al jaarlijks lange periodes zijn dat het minimale waterdebiet niet wordt gehaald op het kanaal Gent-Terneuzen. Die periodes duren gemiddeld 48 dagen. De verbreding van het Schipdonkkanaal zal de frequentie en de duur van de watertekorten versterken. Bij de presentatie van de ecohydrologische studie was vooral opvallend hoe het studiebureau weinig waarde hecht aan waardevolle vegetaties. Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron: "Het studiebureau stelde zonder verpinken dat als vegetaties verdwijnen door verzilting er wel andere vegetaties in de plaats zullen komen. Wat een arme visie op de biodiversiteit. Mijn eerste indruk was in ieder geval dat de verzilting onvoldoende ernstig werd ingeschat." De presentatie van de studies is geen doorbraak voor de verbreding van het Schipdonkkanaal. De bezwaren blijven. Uit de reacties van de verschillende partijen is duidelijk dat er voor dit project geen politieke meerderheid meer bestaat. Enkel bij de Brugse afdelingen van een aantal partijen wil men dit project nog doorduwen. Groen vraagt minister Crevits om nu eerst en vooral te werken aan de uitbouw van de estuaire vaart en het spoor. Filip Watteeuw, Vlaams Volksvertegenwoordiger en fractievoorzitter GroenSammy Roelant, Lijsttrekker en voorzitter Groen Brugge Bart Caron, Vlaams Volksvertegenwoordiger

Groen pleit voor een (wijk)gezondheidscentrum in Brugge.

Kwalitatieve gezondheidszorg moet voor iedereen toegankelijk zijn. Wanneer iemand ziek wordt, mag het geen rol spelen of hij of zij arm of rijk is, maatschappelijk zwak of sterk staat, al dan niet legale papieren heeft, etc.

Het kruispunt Doornhut/Brieversweg vraagt om een duidelijker aanpak. Nu is dit kruispunt  voor vele weggebruikers op z’n minst gezegd verwarrend.  Dat komt de veiligheid in het algemeen en de bescherming van de zwakke weggebruiker niet ten goede.

Binnenkort komt hij, dankzij ons team van vrijwillige Groene postbodes, weer in uw brievenbus terecht: de lente-editie van de Brugse Groenkrant. Kan je niet wachten? Dan kan je 'm hier digitaal lezen.

In oktober 2009 werd met veel bravoure door het stads- en havenbestuur het overlegplatform “Zeebrugge Open” gelanceerd. De website zeebruggeopen.be wordt aangekondigd als “Hét communicatieplatform bij uitstek” waarmee men door een vlotte interactie het rechtstreekse contact wil bevorderen tussen de verschillende besturen en alle bewoners en betrokkenen. Van deze mooie beloftes komt voor de Lissewegenaren echter weinig in huis.