Blog

over de auteur

Onze democratie hangt uit de hengsels

Bruno Mostrey - 27-04-2016

Wat zich gisteren in de gemeenteraad van Brugge afspeelde was gedoemd om te gebeuren. De kruik gaat zolang te water tot ze barst. Het is namelijk een oud zeer. De raadsleden van de oppositie worden beschouwd als tweederangsraadsleden. Daar komt het in wezen wel op neer.

Om middernacht wilde de meerderheid nog beginnen aan enkele belangrijke documenten (zoals het rapport van de ombudsman) en 21 interpellaties van de oppositieraadsleden. Dit zagen de oppositiefracties niet zitten. Hieronder wat toelichting.

De vergadering start om 18h30 en stopt bijna nooit voor 23h30. Uitzonderlijk duurt de raad al eens langer. Ik vroeg in het fractieleideroverleg om minstens een pauze in te lassen, maar daar had men geen oren naar. We kunnen hierover wel eens de macho uithangen, maar laten we wel wezen: zo lang vergaderen komt de kwaliteit niet ten goede.

De agenda wordt in de feiten bepaald door het college, de (oppositie-)raadsleden voegen dan desgewenst nog punten toe. Dat toevoegen van agendapunten is het wettelijk recht van een gemeenteraadslid. Dit moet ook gezien worden als een fundamentele kraagsteen van onze “democratie”. (De aanhalingstekens zijn bewust — daar kom ik later nog op terug.)
Idealiter komen de raadsleden van overal en van elke klas en stand uit de stad of de gemeente; zo wordt geacht dat de verkozen gemeenteraad voeling heeft met wat er bij de burger leeft. Dat is cruciaal. Daarom is het zo belangrijk dat gemeenteraadsleden punten kunnen toevoegen en kunnen interpelleren. En aangezien een raadslid in zoiets kan belanden dat de “oppositie” wordt genoemd, is een raadslid vaak genoodzaakt om houvast te zoeken in interpellaties.

Modereren?
Soms zijn er veel interpellaties en uiteraard weegt een zware agenda en de duur van de vergadering op de kwaliteit van het “debat”. De organisator van de gemeenteraad is verantwoordelijk dat de agenda ordentelijk kan worden afgehandeld. Ja, in een discussie heeft elke participant een bijdrage aan hoe kwaliteitsvol dat debat is. Maar bij uitweidingen en overtollige herhalingen kan de voorzitter ingrijpen. Dat is de verantwoordelijkheid van de voorzitter. In de democratische arena moet plaats zijn voor elkeen, hoe dat vogeltje ook gebekt is, maar de voorzitter moet bewaken dat elke stem zijn fair aandeel krijgt en dat andere stemmen niet onnodig overheersen. En het is de gedeelde verantwoordelijkheid van alle raadsleden dat de voorzitter die taak ook kan opnemen.

Pauze?
Als de organisator van de gemeenteraad, dat is de voorzitter, voelt dat de kwaliteit onder druk staat, kan hij verschillende zaken doen.
Is het probleem vermoeidheid? Verslapt de aandacht? Hij kan een pauze inlassen. Nu vergaderen we ruim zes uur aan één stuk. Dit nadat de raadsleden al een hele werkdag achter de rug hebben. Velen komen rechtstreeks. Mij ga je niet vertellen dat gelijk wie een dergelijk lange concentratieboog kan opzetten.
Ook de voorzitter is niet zo bovenmenselijk. En daar zit er al iets fout. De voorzitter moet zonder pauze alle debatten kunnen volgen en de kwaliteit van de tussenkomsten en antwoorden bewaken. Door de band genomen, moet hij dit dus ruim zes uur aan één stuk doen! Wie gelooft dat dit kan?
Ook raadsleden en schepenen krijgen het moeilijker. Er is een correlatie tussen hoe vaak een discussie of tussenkomst “ontspoort” en hoe lang we al in vergadering zitten. En ik zie een schepen na vijf uur ook sneller de pedalen verliezen. Dat is toch maar menselijk?

Extra gemeenteraad?
Vaak zijn de agenda’s ook zwaar. De voorzitter verwijt de raadsleden van de oppositie te veel interpellaties doen en in één adem laat hij zich dikwijls ontvallen dat die punten het niet waard zijn om op de gemeenteraad te komen. Alsof het zijn taak is om daarover te oordelen. Ziehier hoe vervreemding tussen politiek en burger ontstaat: het niet willen luisteren naar anderen. “Jouw punt is niet zo belangrijk als het mijne.” Zo gaat dat...
Belangrijk om weten is dat er nù al interpellaties verdwijnen om de agenda lichter te maken.
Maar als we keer op keer geconfronteerd worden met te zware agenda’s en te veel punten, wat houdt ons dan tegen om twee gemeenteraden te houden? In Gent doen ze dit al jaren. En kijk: daar is het debat kwaliteitsvoller.

Maar in Brugge probeert men kost wat kost vast te houden aan één gemeenteraad. Zo staat elke tussenkomst en interpellatie structureel onder druk en schiet het democratisch debat en de democratische controle er bij in. Het volstaat voor een schepen om twee keer niet op een vraag te antwoorden en die schepen komt er mee weg — even verveeld naar de voorzitter kijken en daar weerklinkt: “volgend punt”. Zo gaat dat…
In Brugge houdt de meerderheid liever een overvolle agenda op één avond, want zo passeren die punten toch. Die van de meerderheid zijn gestemd, en die interpellaties van de oppositie, wel ja, die doen er toch niet toe…

Hoeveel respect is er voor raadsleden die de moeite doen om karrenvrachten dossiers door te nemen, soms over zeer technische kwesties die geen evidentie zijn om onder de knie te krijgen? Of die iets uitvlooien en samenzitten met burgers om de ware toedracht van een probleem te taxeren? Neen, liever om middernacht, na zes uur vergaderen en na een volle werkdag nog vlug de 21 interpellaties van de oppositieraadsleden afhaspelen! Zo gaat dat…

Daarom dat we dit met de oppositie niet langer pikken. Onze punten verdienen het om met evenveel waardigheid behandeld te worden als een punt vanuit het college. Onze punten verdienen ook een deftig uur van de avond om aan bod te komen en een vergadering waar raadsleden zitten die nog fris zijn om mee te luisteren en te denken.

Gisteren vroegen we met de oppositiefracties om een deel van de agenda te verdagen. Ook in de meerderheid zag ik raadsleden die daar oren naar hadden. Evident, want een redelijke vraag. Toen dat uiteindelijk toch geweigerd werd, stelde ik driest voor om de volgende keer de interpellaties van voor op de agenda te plaatsen en de punten van de meerderheid in het holst van de nacht te behandelen. Waarop de voorzitter volledig uit zijn rol viel en in mijn richting bulderde “de meerderheid bepaalt de agenda!”. Wat geen waar is, maar ja, wat wil je: na een volle werkdag en en zes uur vergaderen, zonder pauze…
Nu, dat voorstel van mezelf is zeker ook geen goed voorstel, want ik wil de meerderheidspunten ook met frisse geest en goeie moed kunnen bespreken. Dat bedenk ik nu. Ook ik was moe en vloog uit. Maar wat verwacht je na zo’n lange vergadering....

Democratisch Vlaanderen?
Zo gaat dat in Brugge, maar eigenlijk nagenoeg overal in Vlaanderen. Het is een structureel deficit van de democratie in Vlaanderen. Als de burger verzucht: “‘t Zijn al dezelfde, ‘t zijn al zakkenvullers. Er verandert toch niets.” dan komt dat ergens van. Ik voel me persoonlijk niet aangesproken als dat verwijt weerklinkt: ik verzet, en ik zie dat ook bij mijn fractiegenoten, veel werk en we doen dit nagenoeg belangeloos — op een armetierige zitpenning na. Maar nagenoeg het enige dat oplevert in onze democratie (gecorreleerd aan de pers) is jezelf profileren. Echte inhoudelijke bijdragen doen aan het debat levert in de Vlaamse gemeenteraden nauwelijks iets op.
Hoe komt dat? Het principe van de scheiding van de drie machten schrijft voor dat we de macht best opdelen en van elkaar gescheiden houden. Zo heb je een wetgevende macht en los daarvan ook een uitvoerende macht. En uiteraard ook nog een rechtelijke macht. In het geval van de gemeenteraden is er wettelijke al een uitholling van dit principe: de burgemeester en schepenen blijven ook gemeenteraadslid. (Dat is bvb. anders in het federaal parlement: wordt een volksvertegenwoordiger minister dan zetelt hij of zij niet langer in het parlement.) Een burgemeester of schepen stemt dus zelf mee over wat hij zij moet uitvoeren. Zo zien we dat de uitvoerende macht te veel macht krijgt. Voeg daarbovenop nog de feitelijk macht die partijen doorheen de tijd hebben verworven over fracties en je krijgt een ernstig scheefgetrokken situatie. We spreken niet geheel onterecht wel eens over “particratie”.

Normaal zouden we in de gemeenteraad open debatten moeten kunnen voeren en beslissingen nemen. Die worden dan meegegeven aan het college en zij voeren het uit. In de praktijk, door de mechanismen hierboven beschreven, beslist het college wat er moet gebeuren en wat zij effectief ook gaan doen. De gemeenteraad komt helemaal op het einde om het beleid te bevestigen en om de oppositie nog wat te laten profileren. Dat is een volledige omkering van wat zou moeten: de gemeenteraad zou ook aan het begin moeten staan en niet enkel op het einde.

Participatie en inspraak worden bestuurlijk meer en meer naar waarde geschat en je ziet dat gemeentebesturen hier meer en meer voor open staan. En terecht. Zo gebeurt het dat een bestuur capabel is om met een voorstel een hele ronde te doen bij groepen en burgers maar de gemeenteraad van verkozenen volledig links laat liggen. Wat leidt tot ronduit absurde situaties: een nieuw reglement ligt voor, een raadslid komt tussen, de opmerkingen blijken relevant en goed om opgenomen te worden, maar ja die opmerkingen kunnen niet meer opgenomen worden in dit reglement dus “dat gaan we de volgende keer opnemen”. Dat was ook het geval gisteren: de opmerkingen van Charlotte Storme over de nieuwe reglementen ter ondersteuning van de lokale economie bleken steek te houden voor de schepen maar toch zijn de reglementen niet meer aangepast. Wat krijg je dan? Een goed reglement? En heb je zo respect getoond voor het werk van een raadslid? Ik dacht van niet…

De werking van onze lokale democratie verdient een behoorlijke herziening. En hier heb ik het nog alleen maar gehad over het lokale niveau, op basis van één frustrerende avond. Over de andere politieke niveau’s valt ook al veel te vertellen. Dat weerklonk al vaker, misschien nog niet genoeg. Maar we kunnen beginnen met de gemeenteraad met respect voor iedereen in te richten. En naar mijn aanvoelen begint dit in Brugge met het inrichten van twee gemeenteraden als het nodig is. Wie bepaalt het als dit zo is? Wel de agenda zelf. En die wordt bepaald door de raadsleden. “Hoepel maar op met je punt of we vegen er onze voeten aan” moet ik niet meer horen!

Bruno Mostrey
Groen fractieleider Brugge

Bruno Mostrey