Blog

over de auteur

Vrouwelijke straatnamen: keuze genoeg

Groen Brugge - 02-04-2015

Als de toekenning van straatnamen op de agenda staat in de gemeenteraad is dat vaak een prettige duik in de geschiedenis. Het toont  hoe we als stad omgaan met onze geschiedenis, wat we willen belichten, benadrukken of eren.

 

Groen Brugge is tevredenmet de keuze van de revolutionaire, jakobijnse Pitronella Van Outryve voor een straat. Een vrijgevochten dame.

Helaas legt deze keuze tegelijkertijd ook euvel bloot. De zware ondervertegenwoordiging van vrouwen in de straatnaamkeuze.

Nu werd er 1 vrouw gekozen tov drie mannen.In de lijst met vier nieuwe namen van Bruggelingen die in aanmerking komen voor een straatnaam, staat geen enkele vrouw.

 

Daar is, in weerwil van wat sommigen denken, geen enkele historische reden voor, voor deze scheeftrekking. Als zouden er bijvoorbeeld minder interessante historische vrouwen dan mannen voorhanden zijn in Brugge.

 

Ik las toevallig net het interessante boek, Bruges, Cradle of Capitalism , (Brugge de wieg van het kapitalisme) van professor James M. Murray uit Cincinnati.

 

Deze prof, die zich beroept op doorgedreven bronnenonerzoek, stelt dat Brugge een voorloper was in de late middeleeuwen inzake emancipatie. Daar waren een paar redenen voor. Maar een voorname is de conitnuïteit met het romeinse erfrecht die weduwen toeliet te erven van hun man.


In tegenstelling tot andere voorname steden uit die tijd, Firenze, Genua, Ventië, Gent of Hamburg hadden vrouwen een vooraanstaande economische rol en stonden ze vaak aan het hoofd van grote bedrijven. Op een bepaald moment waren een 200 vrouwen lid van de weversgilde vs 186 mannen. Ik geef een paar voorbeelden van vrouwen die zouden kunnen vereerd worden met een straatnaam om dit stuk Brugse geschiedenis te eren.

 

Margaret Ruweel: middelleeuws bankierster

Mevrouw De Raepesaert of mevrouw De Witte (idem)

 

Hoteliersters

 

Edele De Rudervoorde

Trude Van ake

dames Tyze en De Rubeke

 

Onderneemsters

 

Manufacturier: Lisbette Wagenaire

bontwerkster Dame De Vos

Kateline van Denille: een wijnwinkel

Liesbette van de Postierne: handelaar

 

Maar evengoed was Brugge als vroegkapitalistische stad de thuis van een verarmd lompenproletariaat, zeker na de crisis in de weverij. Daarom mogen de vele arme alleenstaande vrouwen ook niet vergeten worden die in hun volle ellende mee deel uitmaken van die geschiedenis, ook zij horen bij het verleden van onze stad.

Ik denk hier bijvoorbeeld aan de arme onderhuurster Grete Brest, uit de stedelijke annalen, die hiervoor symbool kunnen staan.

 

Ik stel voor dat Brugge dat aspect van haar verleden eert en een plaats heeft door deze dames op te nemen en te vereren met een straat. Misschien in de plaats van een aantal mensen die helemaal geen straat verdienen maar er toch een hebben? Zoals Leopold II, Veldmaarschalk Foch, admiraal keyes(plein). Etc.